Kunst in schuilkelders door H.P. Baard

1 oktober , 2007 at 18:03 11 reacties

Voor mijn stage houd ik mij bezig met de drie depots van het Drents Museum. De daar aanwezige stukken gaan verhuisd worden naar een nieuw te bouwen depot, zodat alles op een plek onder optimale omstandigheden is opgeslagen.
Een van de depots waar spullen weg gaan staat in Paasloo, vlakbij Steenwijkerwold. Dit depot is niet zomaar een depot. Om verschillende redenen is dit een bijzonder gebouw. Hier kwam ik (pas) achter toen ik een gesprek aanknoopte met een van de conservatoren van het Drents Museum, Jan Jaap Heij¹. Ik zou eigenlijk die dag met hem naar Paasloo zijn gegaan, maar was door een vergadering verhinderd. Hij ging wel en vroeg hem na terugkomst ”of alles er nog hing.” Het antwoord was bevestigend en werd gevolgd door een uiteenzetting over de architectuur van het gebouw en welke rol dit gebouw in de kunstgeschiedenis van Nederland heeft gespeeld.

Snel werd mij duidelijk dat mijn vraag ”of alles er nog hing” een vrij onnozele was geweest, aangezien Paasloo ook wel bekend staat als de kunstbunker. Onder het motto ‘lees het maar eens door’ kreeg ik van meneer Heij een boekje in handen met de titel ” Kunst in schuilkelders ” geschreven door oud-directeur van het Frans Halsmuseum H. P. Baard. De ondertitel luidt ” de odyssee der nationale kunstschatten gedurende de oorlogsjaren 1939 – 1945 en is in 1946 van de drukpers gerold bij D.A. Daamen’s Uitgeverijmaatschappij N.V. uit ’s Gravenhage. ISBN nummers kende men in die tijd nog niet. Het boekje (70 pagina’s en rijkelijk geillustreerd met zwart-wit foto’s) is opgedragen ‘ aan allen, die daadwerkelijk hebben bijgedragen tot de bescherming van ons nationaal kunstbezit.
In onderstaand stuk zal ik kort vertellen waarover het boek gaat en gedetailleerder in gaan op de ontstaansgeschiedenis van het depot in Paasloo en de rol tijdens de oorlogsjaren. 

Baard schetst in zijn boek de inspanningen die er gedaan zijn om de nederlandse kunstschatten te beschermen tegen de gevaren die een oorlog met zich meebrengt.

Op allen, die hier toen samenwerkten, drukte zichtbaar de ernst van het ogenblik en het besef der groote verantwoordelijkheid, die werd gerealiseerd bij het aanvatten en inwikkelen van elk der duizenden objecten, die tegen dreigende vernietiging moesten worden beschermd.

Veel van de kunstschatten werden getransporteerd naar het noorden van Nederland. Het kasteel Radboud in Medemblik heeft gediend als tijdelijke opslagplaats van veel bekende werken. Zo is daar onder meer de Nachtwacht ondergebracht. Maar ook meer alledaagse locaties werden gebruikt voor de opslag van bijzonder materiaal. Zo heeft het gymnastieklokaal van de lagere school in Winkel gediend als tijdelijk onderkomen voor Pieneman’s ”Slag bij Waterloo”. Ook de gymnastieklokalen van scholen in Wieringerwerf (De Joodsche Bruid), Lutjewinkel (Frans Hals’ Vroolijke Drinker), Barsingerhorn en Schagerbrug (Straatje van Vermeer) deden dienst als tijdelijke depot.

Exterieur
Het depot Paasloo is pas in de oorlog ontstaan en is een van de acht Rijksschuilkelders die gebouwd zijn ter bescherming van het nederlands kunstbezit. Op 26 mei 1942 werd begonnen met de bouw en op 15 september 1942 werd het in gebruik genomen en was het Straatje van Vermeer de eerste gast. Het depot was op dat moment nog niet geheel voltooid, maar beschikte wel over een gewapend betondak en bood daarmee meer bescherming dan de provosorische depots die toen in gebruik waren.
De aanblik van de Rijksschuilkelder is imposant, daardoor kreeg het de bijnaam ”Paasloo- pantheon”. Vaak is het gebruikelijk een bunker geheel of gedeeltelijke ondergronds te bouwen. Paasloo is hier een uitzondering op. Door bovengronds te bouwen was een sterkere constructie vereist. Tonnen ijzer en andere benodigd materiaal waren nodig om het beton te kunnen storten. (Helaas kan ik geen foto’s tonen uit het boekje waarop goed te zien is wat voor mega staalconstructie het gebouw eigenlijk is.) In een tijd van oorlog mocht het een wonder heten dat al dit materiaal aankwam in het Overijselse aangezien de bezetter hier ook om zat te springen. Dat het toch is gelukt, heeft volgens Baard te maken met ”de clandestiene medewerking van vele goede vaderlanders.”
Het depot heeft een ronde vorm gekregen met een kegelvormig dak om zo het effect van een treffer kleiner te maken.
De met baksteen bekleede gewapend-betonmuur is vierenhalve meter dik, het gewapend beton-dak is bovenaan zelfs 9 meter dik. Aan beide kanten van de ruimte tussen de twee 17 centimeter dikke kluisdeuren bevinden zich de cabines voor de vol-automatische luchtinstallaties. Uitsparingen hiervoor zijn gemaakt in de betonwand. Een betonnen schermwand van vier meter dikte rondom de ingang moest bescherming bieden tegen een bominslag voor de toegangen van de kluis. Tegen deze schermwand aan zijn vertrekken gebouwd voor het personeel, de marechaussees, een dieselruimte en een hoogspanningsruimte. In de dieselruimte bevond zich een installatie waarmee electriciteit kon worden opgewekt, mocht dit uitvallen.
Voor de bouw is 7000 m³ beton gebruikt, 2½ miljoen kilo cement en 750.000 kilo wapeningsstaal. Het totale gewicht van het gebouw wordt geschat op 20 miljoen kilo. 

Interieur
De binnekant van de muren zijn geheel wit geschilderd en door lampen extra verlicht. De begane grond is zo hoog gemaakt dat de grootste schuttersdoeken er konden staan. De middellijn van het interieur van de bergplaats bedraagt 15 meter.
Het gebouw heeft 120 schilderijrekken en heeft in totaal (inclusief schilderijen verpakt in manden en kisten) aan zo’n 3000 schilderijen bomvrij onderdak verschaft. De stellages voor de kisten en manden werden vervaardigd van betonijzer en waren uitneembaar.

Bewaaromstandigheden
In andere kunstkluizen kampte men met vochtproblemen. In Paasloo deed zich het omgekeerde voor. De atmosfeer was zelfs te droog. Emmers water werden over de vloer uitgestort om het juiste peil  te houden.
De Duitsers kwamen in het noorden niet vaak op visite, zoals wel was gebeurd bij de bergplaatsten in Zandvoort en Heemskerk.
Wel een bijzonder bezoek was die van een S.D.-hoofdman op 4 november 1944. Met veel machtsvertoon werd de heer Baard opgedragen hem toegang tot de kluis te verlenen, zodat hij kon kijken of er zich geen ‘saboteurs’ bevonden. Op papier werd de toegang tot de bunker slechts toegestaan door de Duitse autoriteiten aan de bevoegde leiding en haar personeel. En met veel moeite kon de heer Baard deze ‘ontwijding’ dan ook tegenhouden. Verderop schrijft hij dat er toch al wel een ontwijding had plaats gevonden. Dit in de vorm van de ‘leider van het Nederlandse volk’ Anton Mussert. In het voorjaar van 1944 kwam hij langs. Baard omschrijft het als een ‘zielige vertooning, den kleinen man de parade langs onze oude meesters te zien afnemen, waarbij hij van tijd tot tijd een boos gezichtje trok, om imposant te lijken.’ 

Op donderdagmiddag, 12 april 1945, rond half vier was de dreiging voor de kunstschatten in Paasloo voorbij. Een bewaker van het depot had in Willemsoord, 3 kilometer verder, Canadezen zien rijden wat voor hem zoveel betekende als bevrijding. Op de fiets werd contact gezocht met de vooruit geschoven patrouille en 10 minuten later,  bleek inderdaad dat de bevrijding een feit was. Ruim 67 maanden hadden ‘de oude Hollandsche meester in ballingschap rondgezworven.’

Bron: Kunst in schuilkelders – H.P. Baard, 1946, D.A. Daamen’s Uitgeverijmaatschappij N.V., ’s Gravenhage. 

Nu ik deze geschiedenis van de kunstschatten in Nederland ken en de rol die de bunker van Paasloo daarin heeft gespeeld, zal ik met nog meer nieuwsgierigheid en enthousiasme kennis nemen van dit gebouw.

Op internet geeft de website van Bert Meijerink interessante informatie over de kunstbunker van Paasloo. Zo schrijft hij over zijn ‘band’ met de bunker en is een link opgenomen over de ontstaansgeschiedenis ervan.

¹) Jan Jaap Heij is conservator beeldende kunst van het Drents Museum en heeft zelf verschillende werken gepubliceerd danwel daar aan meegeschreven. Van zijn hand is onder andere Vernieuwing en BezinningIn dit boek wordt aan de hand van objecten uit de collectie van het Drents Museum een overzicht gegeven van zowel de beeldende als de toegepaste kunst uit de periode ca. 1885-1935. Een ware bloeiperiode in de geschiedenis van de Nederlandse kunst, waarvan het belang nauwelijks onder doet voor dat van de Gouden Eeuw. Kenmerkend is dat veel kunstenaars zich op meerdere werkterreinen hebben begeven, veelal gedreven door de wens een breder publiek te bereiken dan de gegoede elite.
Vernieuwing & Bezinning bevat beschrijvingen van onder andere schilderijen, tekeningen, meubelen, serviezen. Maar liefst 140 kunstenaars en 10 fabrieken worden besproken. Hiermee geeft Vernieuwing & Bezinning en informatief en kleurrijk overzicht van de beeldende kunst en kunstnijverheid van omstreeks 1900.
bol.com

Entry filed under: Stage Drents Museum. Tags: , , , , , , , , , , , , , .

Pieter Pander exposeert in Drents Museum Hoe de Tocht om de Noord in de prullenbak verdween

11 reacties Add your own

  • 1. Jan Froklage  |  2 december , 2009 om 21:20

    De bunker is vast niet in een half jaar gebouwd, dit moet volgens mij 1,5 jaar zijn.

    De bunker staat niet in Paasloo maar in de Basse.
    Basse was voor herindeling gemeente steenwijkerwold.
    Paasloo behoorde bij de gemeente ijsselham.

    Beantwoorden
    • 2. garssen  |  11 oktober , 2010 om 14:36

      Na een half jaar was het dak van de bunker 1 meter dik en is de eerste kunst naar binnengebracht. Dit omdat de toen nog niet voltooide bunker meer bescherming bood, dan de locatie waar de kunstwerken waren opgeslagen. Als ik het goed heb was de bunker pas in mei 1943 echt klaar.

      Beantwoorden
      • 3. Rolf  |  4 november , 2010 om 14:40

        Bedankt voor deze aanvulling. Leuk om te lezen.

  • 4. Daphne Holthuis-Lunsingh scheurleer  |  5 mei , 2011 om 9:19

    Mijn vader heeft in de oorlog daar op de kunsschatten gepast als conservator van het Rijksmuseum.Mijn moeder kwam dan ook soms op bezoek uit Amsterdam!in oorlogstijd
    Is deze plek ook te bezoeken buiten de monumentendag?Wie moet ik dat vragen.

    Beantwoorden
    • 5. Rolf  |  16 mei , 2011 om 16:51

      Ik zou daarvoor contact op nemen met het Drents Museum, alhoewel ik denk dat zij daar tegenwoordig niets meer mee te maken hebben.
      Maar er is ongetwijfeld iemand die kan vertellen bij wie/welke instantie het huidige beheer/gebruik van de bunker heeft.

      Of u toestemming krijgt, is een tweede uiteraard.

      Beantwoorden
  • 6. Daphne Holthuis-Lunsingh scheurleer  |  5 mei , 2011 om 9:20

    mooi verhaal!

    Beantwoorden
  • 7. Jan Coenraadts  |  6 mei , 2011 om 23:24

    Een heel bijzonder gebouw, zeker voor mij, want ik ben er geboren (1948) en heb er gewoond tot 1956. Mijn vader was politieman, beheerder, jachtopziener en misschien nog wel meer.
    Ik heb diverse keren meegemaakt dat de generator (dieselmotor) aan moest wegens stroomuitval of wegens een controle. Dan klapperden alle deurenn door de trillingen van de zware diesel.
    Nog steeds interesseert dit gebouw mij zeer, hoewel ik er maar spaarzaam terug ben geweest.
    Na mij is er nog minstens één kind geboren in de beheerderswoning van de bunker: mijn halve naamgenoot Jan Halman. Vader Halman (was eveneens lange tijd politieman in Steenwijkerwold) volgde mijn vader op als beheerder van de bunker.

    Jan Coenraadts.

    Beantwoorden
    • 8. Daphne Holthuis  |  7 mei , 2011 om 8:10

      zullen er nog mensen zijn die mijn vader herinneren uit oorlogstijd in de bunker? Hij was toen ongeveer 25. Het is wel lang geleden , dit jaar vieren wij zijn 100ste geboorte dag.
      Het ws vooral voor mijn moeder een zeer spannende tijd, vooral tijdens de hongerwinter, zij hoogzwanger, en geen contact met haar echtgenoot die daar zat.we hebben nog enkele dagboek passages gevonden uit die tijd van haar bezoek. Het moet een mooie warme zomer geweest zijn . zij sprak er vaak over, later met ons.Wij kinderen geen idee wat voor plek dat geweest was

      Beantwoorden
    • 9. Anita  |  20 januari , 2014 om 13:19

      Hallo Jan

      Ik weet dat de kans klein is maar leeft je vader nog.
      Je vader heeft vast heel veel mooie en minder mooie dingen op Steenwijkerwold beleefd?
      Ik ben eigenlijk wel benieuwd naar die verhalen.
      Vooral om een beeld te krijgen hoe het er toen in Steenwijkerwold aan toe ging.
      Van jou vader heb ik wel gehoord dat hij eerlijk en rechtvaardig en probeerde voor zover dat binnen zijn perken lag de mindere te helpen.
      En dat hij vaak bij mijn oma kwam ook voor de koffie.

      Groet Anita

      Beantwoorden
  • 10. Anita  |  29 december , 2013 om 22:03

    Kan iemand mij vertellen wie er nog meer in de bunker moesten wacht lopen. Ik ben namelijk wat dingen over Steenwijkerwold aan het uitzoeken en daar hoort uiteraard ook de bunker bij.
    Als er iemand is die er nog het één en ander van weet zou die mij een mail kunnen sturen naar ut.wold@gmail.com en dan het liefst met titel Steenwijkerwold

    Beantwoorden
    • 11. Anita  |  29 december , 2013 om 22:07

      Trouwens over politieman Coenraadst heb ik verschillende goede verhalen gehoord. Het was een hele rechtvaardige man en kwam ook vaak bij mijn familie op de koffie toendertijd.

      Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Trackback this post  |  Subscribe to the comments via RSS Feed


Categorieën

Feeds

TellerT


%d bloggers op de volgende wijze: